Sla over naar hoofdinhoud

De vijf fouten die beginnende LS-gebruikers maken (en die ik zelf maakte)

Ik heb elke fout in dit lijstje zelf gemaakt. Sommige meerdere keren. Ik schrijf ze op omdat ik zie dat wie met Liberating Structures begint, er bijna gegarandeerd doorheen moet, en misschien scheelt dit stuk je een paar pijnlijke sessies.

Fout 1: de structuur is de hoofdrolspeler

De eerste maanden ben je verliefd op de werkvormen zelf. Je wilt Mad Tea proberen omdat Mad Tea leuk is, en je bouwt je sessie rond de structuur die je wilt oefenen in plaats van rond wat de groep nodig heeft. Ik heb dat zelf goed fout gedaan. Op het einde van een retrospective wilde ik 25/10 Crowd Sourcing draaien om de actiepunten te laten rangschikken, een mooie, energieke structuur waarmee ik graag uitpak. Alleen: dat team had geen dertig actiepunten om te sorteren. Er was er één die echt telde. Een instrument dat honderd ideeën samen laat prioriteren, loslaten op een groep met één helder punt, is als een kraan huren om een bloempot te verplaatsen. De mensen voelden het meteen en vonden het niks. Terecht. Ik deed het niet voor hen, ik deed het voor mezelf. De vraag is nooit "welke structuur wil ik doen", maar "welk gespreksmoment moet hier plaatsvinden". De structuur volgt daaruit, niet omgekeerd.

Fout 2: te veel structuren in één sessie

Enthousiasme vertaalt zich in overladen ontwerpen. Zes structuren in een halve dag, want ze zijn allemaal zo goed. Het resultaat is een groep die van de ene ingreep naar de andere gesleurd wordt zonder tijd om iets te laten bezinken. Ik heb geleerd dat een sterke sessie vaak maar drie of vier structuren telt, met ademruimte ertussen. Minder is bijna altijd meer, wat trouwens de hele geest van Min Specs is.

Fout 3: de uitnodiging afraffelen

De uitnodiging, de exacte vraag of opdracht die je aan de groep geeft, is het halve werk. Beginners doen hier meestal een van twee dingen: ze improviseren de uitnodiging ter plekke ("bespreek eens even wat jullie hiervan vinden", geen uitnodiging, wel een aanzet tot chaos), of ze nemen klakkeloos de standaardvraag over die in de beschrijving van de structuur staat, zonder ze te vertalen naar hún groep. Dat laatste lijkt veilig, maar een uitnodiging die niet op maat van deze mensen en dit vraagstuk is, valt plat. Voor mij is de uitnodiging intussen het belangrijkste onderdeel van de voorbereiding geworden. Ik werk met meerdere varianten van dezelfde uitnodiging en toets elke variant aan de specifieke context en het doelpubliek: hoe scherper ik beschrijf voor wie deze mensen zijn en wat er op het spel staat, hoe preciezer de uitnodiging wordt. Dat voelt overdreven tot je merkt hoeveel sessies stranden op een vage of geleende opdracht.

Fout 4: de tijd niet bewaken, of te strak bewaken

Twee kanten van dezelfde fout. Eerst liet ik alles uitlopen, want "het gesprek was zo goed". Gevolg: de convergentie viel weg en de groep ging naar huis met veel gepraat en geen besluit. Toen overcorrigeerde ik en werd ik een timer met benen, wat de energie doodde. De kunst zit in strakke rondes met zachte handhaving: de tijdsdruk is een geschenk aan de groep, geen straf. Kort en scherp haalt meer boven dan lang en los.

Fout 5: denken dat de facilitator neutraal en onzichtbaar moet zijn

Ik dacht lang dat mijn rol was: opzetten, wegstappen, niets inbrengen. Maar een groep voelt haarfijn of jij het proces vertrouwt. Als jij twijfelt, twijfelen zij. Neutraliteit over de inhoud, ja, maar over het proces moet je met volle overtuiging staan. Dat is geen tegenspraak. Je bent onzichtbaar in wát er besproken wordt en zeer aanwezig in hóé.

Beginners richten hun aandacht op de structuren, gevorderden op het ontwerp, senioren op de groep. Je schuift langzaam op van "welke werkvorm doe ik" naar "wat heeft deze mensen, in deze kamer, vandaag nodig". Die verschuiving kun je niet forceren. Maar je kunt wel weten dat ze eraan komt. Hoe die volgorde er in de praktijk uitziet, ontrafel ik verder in een stuk over strings ontwerpen.

Welke van de vijf herken je het meest? En welke zou je toevoegen?