Sla over naar hoofdinhoud

Twee Gatherings, één vraag: is het format aan vernieuwing toe?

Vorig jaar in Brussel zat de zaal vol: ruim zestig practitioners uit een reeks landen, een sterk internationale sfeer, energie die je voelde binnenkomen. Dit jaar in Eindhoven waren we met een stuk of twintig, en merkbaar minder internationaal. Twee edities na elkaar, en de lijn wijst één kant op. Ik wil daar niet omheen praten, want ik denk dat de vraag die eronder ligt de moeite waard is: wat is een Global Gathering eigenlijk, en volstaat de vorm nog?

Laat ik beginnen met wat de neergang niet verklaart, of maar deels. Een flink deel is externe context. Oorlog in Europa, sterk gestegen reiskosten, een geopolitiek klimaat dat internationaal reizen afremt: dat drukt op elk internationaal event, niet alleen op het onze. Wie vanuit een ander continent of zelfs een ander deel van Europa moet komen, rekent tegenwoordig anders. Een deel van de kleinere opkomst zit daar, en dat valt de organisatie niet aan te rekenen.

Maar niet alles. En dat is het ongemakkelijke deel.

Wat een Gathering eigenlijk is

Op zijn best is de Gathering een knooppunt, een node waar verschillende werelden elkaar raken. Practitioners uit de agile-hoek, uit zorg, uit onderwijs, uit organisatieontwikkeling; mensen die LS gebruiken op plekken waar de anderen nooit komen. De waarde zit niet in de sessies zelf maar in de kruisbestuiving: het toevallige gesprek met iemand uit een compleet andere context die je structuur op een manier gebruikt waar jij nooit aan gedacht had. Als die diversiteit aan werelden er is, gebeurt er iets wat je nergens anders krijgt. Als ze wegvalt, wordt het een reünie van gelijkgestemden, gezellig, maar zonder de vonk.

Open space werkt, maar bepaalt niet wie er komt opdagen

De Gathering draait op open space, en een van de mooiste principes daarvan is "whoever comes are the right people": wie er is, ís de juiste groep, en daarmee ga je aan de slag. Dat principe is waar, en ik geloof er diep in, het haalt de druk weg en maakt dat een open space met twintig mensen evengoed werkt als met zestig. Het format faalt dus niet bij een kleinere groep; dat doet het niet. Waar het om gaat is iets wat vóór de open space ligt: wíe er komt opdagen. Open space werkt prachtig met de mensen in de zaal, maar het bepaalt niet welke werelden er vertegenwoordigd zijn. En juist dat, de diversiteit aan contexten die elkaar raken, is wat een Gathering tot knooppunt maakt in plaats van tot een goede maar besloten sessie. Het format is niet het probleem. De vraag is hoe je zorgt dat de juiste verscheidenheid aan mensen de moeite neemt om te komen.

Dat is geen aanval op wie de Gathering organiseert, dat werk is een geschenk aan de community, en ik weet hoeveel het kost. Maar juist omdat het me aan het hart gaat, stel ik de vraag hardop: als de externe context internationaal reizen voorlopig blijft afremmen, moeten we dan niet nadenken over wat een Gathering nog is — kleinere, regionale knooppunten die vaker samenkomen in plaats van één groot jaarlijks event, een hybride vorm die de reisdrempel wegneemt, een bewustere curatie van diversiteit zodat de node ook bij minder mensen blijft vonken? Ik heb het antwoord niet. Maar ik denk dat de community die deze vraag eerlijk onder ogen ziet, er sterker uitkomt dan de community die volhoudt dat alles bij het oude kan blijven.

Wat me het meest bijbleef

Wat me van beide edities het sterkst is bijgebleven, is een houding: de openheid en leergierigheid van de mensen, en vooral de vanzelfsprekende wil om dingen gewoon uit te proberen. Dat is de geest van Liberating Structures op zijn best. Je leert ze door ze te dóén, samen, in de praktijk, niet uit een boek.

Maar juist op de Gathering werd ook de andere kant daarvan zichtbaar, en dat vond ik minstens zo waardevol. Niet elke structuur leent zich voor "gewoon uitproberen". Grief Walking is daar het duidelijkste voorbeeld van: een structuur die met rouw en verlies werkt, en die dus veel dichter bij mensen komt dan de meeste. Deelnemers gaven achteraf zelf aan dat zo'n structuur zorg en voorzichtigheid vraagt, dat je ze niet losjes tussendoor doet, maar alleen in een kleine, veilige, goed begeleide setting waarin er ruimte is voor wat er boven kan komen. Dat is voor mij een belangrijke les die de speelse doe-het-gewoon-geest mooi aanvult: het repertoire is vrij en toegankelijk, maar een deel ervan vraagt ervaring en de juiste context om verantwoord te kunnen inzetten. De vrijheid om te experimenteren en het besef dat sommige structuren randvoorwaarden hebben, horen bij elkaar.

Voor wie er niet bij was: de Fieldbook en de LS Slack-community blijven de plek waar veel van wat op de Gatherings ontstaat, het jaar door verder leeft. Dat is voorlopig misschien wel het knooppunt dat het dichtst in de buurt komt van wat een Gathering op zijn best is: laagdrempelig, doorlopend, en niet afhankelijk van wie er die ene keer kon reizen. Diezelfde spanning tussen wat je in tien jaar community bouwt en wat er ondertussen verandert, komt ook terug in mijn terugblik op tien jaar Liberating Structures in België.

Was je in Brussel of Eindhoven? Zag jij dezelfde evolutie, en wat zou volgens jou een Gathering weer echt tot een knooppunt maken?