Bijna tien jaar Liberating Structures in België — wat ik heb zien veranderen
De eerste keer dat ik zelf een 1-2-4-All faciliteerde, was op een meetup binnen Agile Belgium in Brussel. 2017. En ik stond te zweten. Niet omdat de werkvorm moeilijk is — ze is belachelijk eenvoudig — maar omdat de zaal vol zat met mensen die zelf faciliteerden. "Een minuut zelf nadenken, dan met twee, dan met vier." Dat was het. Geen slides, geen programma, geen moment waarop ik mijn expertise kon tonen. Ik dacht: durf ik dit hier, voor deze mensen, echt zo kaal neerzetten?
Het werkte. Beter dan alles wat ik met slides ooit had gedaan.
Dat is bijna tien jaar geleden. Ik wil in dit stuk niet nostalgisch doen, wel eerlijk terugkijken op wat er sindsdien veranderd is: aan het veld, en aan mezelf.
In het begin moest je uitleggen wat het überhaupt was
De helft van elke intake ging op aan de vraag "maar wat ís het dan?". Liberating Structures was in België zo goed als onbekend. Je kon niet verwijzen naar een boek dat mensen gelezen hadden of naar een collega die het al eens gebruikt had. Je bracht iets binnen dat noch training, noch vergadering, noch teambuilding was, en waarvoor het Nederlands geen woord had. De eerste opdrachtgevers namen een gok op mij. De methode kenden ze niet.
Ik heb er zelf hard aan getrokken om dat te veranderen. Ik organiseerde kort na die eerste meetup een van de eerste Immersion Workshops in België, hier in Brussel, en bracht de structuren op conferenties als Agile Consortium en XP Days Benelux, plekken waar mensen samenkwamen die met hun eigen handen werkten aan hoe organisaties samenwerken. Het was pionieren, met alle onhandigheid van dien.
Toen kwam de agile-golf
Precies omdat ik langs die agile-kanalen binnenkwam, zag ik de methode van dichtbij een bepaald frame in schuiven. Liberating Structures werd "die werkvormen": een tooltje voor retrospectives, iets voor IT-teams, een onderdeel van een agile-transformatie. Dat bracht bekendheid en het bracht mij opdrachten. Maar het versmalde ook iets. Structuren die ontworpen zijn om een ziekenhuisdirectie een fusie te laten doordenken, werden gereduceerd tot een leuker soort sprint retrospective. Ik heb daar jaren in meegedraaid. Pas laat kreeg ik er spijt van.
Nu ben ik voorbij de naam
Het publiek dat er het meest baat bij heeft, leidinggevenden in overheid, zorg en onderwijs, kent de naam "Liberating Structures" niet en hoeft die ook niet te kennen. Zij hebben geen methodeprobleem. Ze hebben een dossier dat al veertien maanden circuleert. Begin bij die mensen over "een gedistribueerde faciliteringsmethode met een open repertoire van microstructuren", en je bent ze kwijt. Terecht.
Wat is er dan veranderd aan mij? Ik ben stiller geworden over de methode en luider over het probleem. Ik geloof er nog even hard in, sterker zelfs, want ik heb het intussen ontelbare keren zien werken. Maar ik verkoop het gereedschap niet meer. Een timmerman toont je geen hamerlijst.
Wat níet veranderde
Eén ding is geen millimeter opgeschoven: het antwoord zit bijna altijd al in de zaal. De verpleegkundige weet waarom het rooster niet werkt. De loketbediende weet waarom burgers boos worden. De leerkracht met twintig jaar ervaring weet waarom die hervorming zal stranden. Ze zeggen het alleen niet, want de vorm van het overleg laat het niet toe. Dat was zo op die eerste meetup en het is vandaag nog zo. Alle structuren die ik ken, zijn variaties op één ingreep: geef die stemmen een vorm waarin ze wél bovenkomen.
En de zenuwen van die eerste 1-2-4-All? Die voel ik nog altijd, elke keer opnieuw, net voor ik een groep in stilte laat nadenken. Ik ben blij dat ze er nog zijn. De dag dat ik die stilte niet meer spannend vind, ben ik iets kwijt. Hoe de community zelf intussen evolueert, zag ik scherp op de laatste twee edities van de Global Gathering.
Wat zag jij veranderen in de jaren dat je met dit werk bezig bent? Ik ben benieuwd, reageer, of mail me.